Bijpraatblog - deel 2
Het tweede en laatste deel van de grote bijpraatblog. Ons avontuur in India komt binnenkort tot een einde, terwijl we nog zo veel te vertellen hebben. De verwachting schetst daarom dat we de eerste paar weken in Vietnam nog steeds over India bloggen.
In deze blog de highlights van:
Jodhpur - Jaisalmer - Bikaner
Jodhpur
In tegenstelling tot Jaipur's 'Pink City', maakt het oude stadscentrum van Jodhpur, 'The Blue City', wél zijn naam waar - de stad is echt blauw! (Ook al geeft onderstaande foto dat niet goed weer.) Waarom blauw? De lichte kleur zou een verkoelende werking hebben en zou insecten uit de buurt houden. Daarnaast lijkt het frisse kleurtje de stad te doen gloeien.
Jodhpur's grootste attractie is het gigantische fort waar de stad omheen is gebouwd. Het fort torent hoog boven de stad uit, waardoor het altijd in zicht is. Zoals gebruikelijk maken de rooftop restaurants hier flink misbruik van door allemaal 'the best fort view' te claimen. Aangezien wij in de afgelopen weken al genoeg van dit soort bunkers hebben bezocht (bijvoorbeeld in Agra, Udaipur, Jaipur, Lucknow), zochten wij naar een nieuwe manier om deze bezienswaardigheid te beleven.
Het Britse bedrijfje Flying Fox Asia bood de variatie die we nodig hadden: ziplinen! Zes kabelparcours, van 80 tot 300 meter lang, zijn om het fort uitgezet. In twee uur tijd krijg je het fort op spectaculaire wijze vanaf de mooiste fotokiekjes te zien. Zo'n beetje ons hele dagbudget ging op aan deze adrenaline rush, maar het was elke roepie waard.
Jaisalmer
Hitte, stuivend zand en kamelen. Jaisalmer is een echte woestijnstad. Het is geen wonder dat de meeste toeristen hier een kamelentocht door de woestijn doen om tussen de zandduinen onder de sterrenhemel te overnachten.
In eerste instantie wilden wij een tocht van 4 dagen en 3 nachten maken, maar hebben deze wens - gelukkig - prompt gewijzigd na wat andere toeristen gesproken te hebben. Van een stel Amerikanen die de ervaring al achter de rug hadden, vernamen wij dat zo'n kamelenzadel de zenuwen in je billen binnen een uur bloot weet te leggen, waarna je zal smeken met een helikopter terug naar het hotel te worden gebracht.
Na enige speculatie leek de kortst mogelijke route (drie uur op 'n kameel, overnachten in woestijn, drie uur terug) ons de meest geschikte optie. Dit had echter niets met het billenverhaal te maken, want daar stonden we - toen nog - cynisch tegenover. Wij wilden liever niet urenlang door de 45 graden woestijnhitte lopen met een stinkend kameel tussen de benen.
Eenmaal onderweg kwamen wij er snel achter dat de Amerikanen niet overdreven hadden. Een jeep reed ons de woestijn in, waar we op een kameel klommen om naar de zandduinen te rijden. Bij de eerste stappen werd al duidelijk dat kameelrijden vergelijkbaar is met rijden op een paard dat ongelijke benen heeft. De beloning (de duinen, de sterren, de stilte) maakte alles echter de moeite waard.
De volgende ochtend was het de bedoeling dat we al vroeg weer op het zadel zaten om de hitte voor te blijven. Nog niet hersteld van de vorige rit, plantten we onze achterwerken in de zadels. De kamelen, stinkende beesten die het zijn*, kenden geen genade: de terugweg was niet lopend, maar rennend! (In onderstaande foto het resultaat.)
* Kamelen poepen de hele dag door, een soort reuze konijnenkeutels, maar dat stinkt niet zo. Wat wel stinkt zijn de boeren en scheten die ze voortdurend laten, en die ze enkele tientallen seconden aan kunnen houden - komt door de spijsvertering. Het heeft dus een aanzienlijk voordeel om voorop te lopen.
Het was een tocht die we niet zullen vergeten, absoluut niet zouden herhalen, maar die we al helemaal niet hadden willen missen. En zo zijn wel meer dingen in India.
Bikaner
Bikaner is niets. Het is een stip op de kaart, nee, een halve stip. Een treinstation met een paar hotelletjes. Voor toeristen is het nabijgelegen (nog veel kleinere) dorpje Deshnok de enige reden om hier een stop te maken, want daar is een bijzondere attractie gevestigd: de Karni Mata Temple. Beter bekend als 'de rattentempel'.
Als we de verhalen moeten geloven, heeft de vrouw Karni Mata in de 14de eeuw de god van de dood (Yama) gevraagd haar verdronken zoon weer tot leven te wekken. Yama weigerde, waarop Karni een nieuw idee opperde. Al haar overleden familieleden zouden als ratten reïncarneren en naar haar terugkeren in de tempel.
Ook al was Laura niet bepaald 'verkocht' door het concept, Thijs zou en moest deze tempel bezoeken. De ervaring voldeed in alle (walgelijke) opzichten aan de verwachtingen en zou in die zin dus 'geslaagd' genoemd kunnen worden.
Om een lang verhaal kort te maken: de tempel zag er niet uit, duizend(en?) ratten in alle hoeken en gaatjes, vloer bezaaid met rattenpoep, heilige grond - dus no shoes allowed. Wij waren niet de enigen die na dit bezoekje de sokken in een prullenbak achterlieten. Al met al een 36 seconden in-en-uit ervaring.
Naar verwachting schrijven we de volgende blogs nog over India:
- '28 uur en 6 minuten vertraging', onze poging om uit India weg te komen;
- 'Pakistan, goud en seks', een blog over al het voorgaande;
- 'Goodbye And Thanks For All The Shit', een eerbetoon en bedankje aan alle hasslers, oplichters en ongemakken van India.
Foto’s
3 Reacties
-
Hanny:8 april 2013Hey.... die ratten! Wat smerig! Wat een wonder dat die ratten geen aanval op jullie, weldoorvoede westerlingen, hebben gedaan. Fijn, het geluk zit jullie mee.
-
Cees:11 april 2013een beetje incasseren is wel op zijn plaats als je eerst op de kamelen moet zitten en daarna op bezoek ga bij een rattentempel mooi verhaal
-
Alma:11 april 2013mooie foto's vooral die schildpad, prachtig genomen. :) blijven genieten he van alle ontberingen...............
